Steenkoolrood en natriumoranje

Twee nieuwe zeer korte verhalen. Niet langer en niet korter mogen ze zijn dan tachtig woorden. Dat is de regel. Verder mag alles. Deze zaten er al een tijdje aan te komen, de tweede het eerst; maar toch was die het laatste af.

 

De gloed van kolen

We veegden het raam schoon en ademden het weer dicht; dan tekenden we met onze vingers letters, harten, bloemen; de zon; de maan; een glimlach. Buiten was de wereld koud en vroor je tong vast aan de leuning van de brug. Binnen hing de geur van drogend wasgoed en in de kachel gloeide het vuur mysterieus achter ruitjes van mica.
Mooier dan zo werd het niet. We hulden ons in dekens en oude gordijnen, jij bent Maria en ik Jozef.

 

Op de oranje aarde

Als alles stil is, behalve het rangeerterrein, achter de laan waar ik bij dag mijn bal tegen garagedeuren schop, dan leun ik uit het raam.
Schakels in een ketting lijken ze, wagon na wagon voorzien van nummers, namen, krijttekens. In het koude natriumlicht worden ze gekoppeld, ontkoppeld; buffer slaat tegen buffer, een rangeerlocomotief toetert schel. Dan: de trein die zich in beweging zet, langzaam, schoksgewijs, het schrapend geluid van ijzer op ijzer.
Lang klinkt het nog na in mijn dromen.

© Ben Joosten 2018

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Haiku (32)

Toen het water zakte liet het plassen achter, boomstammen, rubber slangen, lege flessen, een matras. Wat voor zondvloed had hier plaatsgevonden? Het leek of het de maansikkel zelf was die door mijn ziel sneed, of was het toch de vrieskou.
In het opkomend duister liep ik naar huis. Jongens met schelle stemmen voetbalden op het pleintje. Op de straathoek stapels vuilniszakken. De vertrouwde geur van het Chinese restaurant, de houten stoelen, de klanten, elk verdiept in eigen telefoon. Ik dacht aan hoe wij niet meer waren dan drijfhout, achtergelaten op de liefdeloze oevers van de tijd.

ik veeg de kruimels
van alweer een dag voorbij –
een loodgrijze hemel

ijskoude regen –
hoe zou het nu met jou gaan,
dacht ik alleen maar

haar achterlichten,
verdwijnend in het donker –
zo’n koude avond

februariwind –
de kilte van mijn voetstap
vult de hele straat

© Ben Joosten 2018

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Haiku (31)

Wanneer de zon door regenwolken breekt, wanneer de nevel roze kleurt, wanneer de maan zwanger van herfst is; juist dan lijkt het soms of er een venster opengaat; of er een waarheid op het punt staat openbaar te worden.
Maar dat is, als zo vaak, niets anders dan illusie. Regendruppels. Reflecties. Dwaalwegen.
Waar het mysterie lonkte gaapt uiteindelijk niets dan leegte: wat is de ziel? Niets anders dan de bodem van de fles.

 

de ochtendregen
hing de wilde wingerd
vol parelsnoeren

 

nog een tweede glas:
bespiegeling van zwanen
in vijverwater

 

een herfstwandeling:
in het dal weergalmt vergeefs
de klacht van de koe

 

ademloos, de nacht,
en warm; slapen is zinloos
onder deze maan

© Ben Joosten 2016

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Als tijd – maar nee

(1)
Als tijd kon stilstaan, dan op dat moment: jij, in het wit, opdoemend uit het duister; je hoort mijn stem; je draait je om.
Dàt moment.
Waarop alles nog mogelijk is. Niets is nog onherroepelijk. Niets is er nog verkeerd gegaan.
Was er een maan? Het was een heiige nacht, dat weet ik nog, en een melkachtig licht scheen op je gezicht, je ogen… Vooral je ogen.
Dat moment. Ik lijst het in, en hang het op, en kijk ernaar.

(2)
En dat we dan de rest vergeten. Alles wat later kwam: nooit gebeurd. Nooit verzonden, die brieven. Nooit gevoerd, dat telefoongesprek.
Nooit gebeurd.
Ach, dacht ik soms: als toen de tijd voorgoed was blijven stilstaan…
Maar nu zie ik je hier, jaren later, en ik hoor ze praten. Over je humor, ondanks alles. En hoe dapper je geweest was. Ik zoek vergeefs je ogen, maar die zijn er niet.
Zo koud is het hier.
Als toen de tijd… maar nee.

© Ben Joosten 2016

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Haiku (30)

Zo zit ik hier in de zon van mijn tuin en mijmer wat over de tijd die voorbijgaat. Mijn geest is als de fladderende dagpauwoog die in de vlinderstruik van bloem naar bloem gaat – en dan ineens, in plotselinge rust, zijn silhouet tegen de zomerhemel toont.
Zo is het met gevoelens ook. Lang fladderen ze rond, en laten ons niet met rust. Maar met de tijd doven ze uit. Zelfs pijn – die stille pijn die je verzekerde dat je nooit, nooit meer gelukkig zou zijn – zelfs de herinnering aan die pijn gaat op den duur voorbij.
Is het om haar, denk je dan, met een milde glimlach om je lippen, dat je niet slapen kon? Is het om haar? Wat had ze dan gedaan? En dan herinner je: een gebaar, een blik, een geur, iets wat ze zei. Heel even staat het scherp in je geheugen. Dan, net als die vlinder, is het weer weg. En wat er rest is die kalme melancholie, die komt wanneer de zon verdwijnt en in mijn tuin de avond valt.

 

zonder haar sliep ik
ook nu weer zo onrustig
deze zomernacht

 

eens geloofde ik
in jouw zoete praatjes
waar ben je vanavond?

 

hoeveel bladeren
er ook vallen; er vielen
nog veel meer woorden

 

een stoep vol bloemen –
en mijn illusies ernaast
in scherven

 

© Ben Joosten 2016

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Haiku (29)

Wie in een stad woont waar de straten hellen heeft bij elke stap een ander, telkens wisselend perspectief. Hier rijzen de huizen hoog op, en op die huizen stapelen zich andere huizen, gevels op gevels en daken op daken; daar – die toren in de verte: nu is hij er, dan verstopt hij zich; en ginds, die straat die afdaalt naar het water en ons een plotselinge blik gunt op alweer een volgend vergezicht.
Maar in die straten huist het eigenlijke wonder. Hier is het dat de stad tot leven komt. Avond of ochtend, winter of zomer: de stad vertoont zich hier als een caleidoscoop van menselijke activiteit – geluiden, geuren, gedragingen.
De stad verveelt nooit.

 

een vonkenregen –
krijsend van pijn kust de
slijptol het ijzer

 

loopt het meisje langs,
dan draaien op het bankje
alle ogen mee

 

boven de gevels
dooft de avondgloed – ik ruik
de rook van haardvuur

 

ergens daarbuiten,
een nachtelijke ruzie
in lenteregen

© Ben Joosten 2016

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Haiku (28)

Het is de geur, meer dan de regen zelf. Parapluloos loop ik huiswaarts, de kraag van mijn jas omhoog geslagen, de straten druipend van gestaag neervallende regen. Totdat mijn weg langs een met groen overwoekerde tuinmuur voert en de geur van hout en nat gebladerte plotseling oude herinneringen wakker roept. En later, thuis, terwijl de wind tegen het venster slaat, droog ik mijn haren en drink thee, en denk terug aan regens van vroeger.

 

“wat werden we nat!”
– regens van lang geleden,
goed voor een glimlach

 

scharrelend tussen
vuilniszakken, stromende
regen – twee eksters

 

zijn nieuwe laarzen
stampen elke waterplas
aan duizend stukken

 

door regensporen
vuurrood op mijn vensterruit:
ondergaande zon

© Ben Joosten 2016

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Haiku (27)

Zoals de hemel zich hier welft – een koepel van bewasemd glas en parelmoeren licht. Alles daaronder lijkt stil te staan: de schoorstenen van de steenfabrieken, de bomenrijen langs de dijk, de poelen, de kwelders, het oeverriet, de vogelnesten. Daarachter, als een waaier uitgestrekt, het water. Plat en oneindig als dit land, van horizon tot verre horizon.

 

langs de waterlijn
het roepen van een meerkoet
– ik knoop mijn jas dicht

 

niets – het tuf-tuffen
van een bootje; het zwijgen
van de hengelaar

 

ze hurken samen
in een bosje, de wilgen
aan de waterkant

 

een boot vaart voorbij –
de meeuw, al pootjebadend,
wacht op de boeggolf

© Ben Joosten 2016

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Haiku (26)

Hij was er maar even. Deelde hier en daar plaagstoten uit – storm, nachtvorst, natte sneeuw. Soms joeg hij door de straten en liet de ruiten rammelen. Dan weer sneed hij dwars door sjaals en jassen heen, of legde hij een blos op koude meisjeswangen. Maar meestal leek hij wat afwezig. Hield hij zich schuil achter grijze wolken, nevelflarden, regengordijnen.
Hollandse winter.

 

onrustige nacht –
ergens in huis slaat een deur
mijn droom aan stukken

 

dansend in het licht
van passerende auto’s –
vlokken natte sneeuw

 

je hoeft niet zo te
trekken, wind – dit is toch echt
mijn paraplu, hoor!

 

veel te vroeg wakker –
in het ochtendgrauw zie ik
rijp op de daken

© Ben Joosten 2016

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Haiku (25)

Hoe vaak heb ik ze niet gezien: de eerste vlokken sneeuw, de sikkel van de nieuwe maan, de grijze eerste ochtend van het nieuwe jaar. Zo vaak gezien, en toch altijd weer nieuw. Al duizend keer begonnen begint de nieuwe dag toch telkens weer opnieuw. Wij blijven onszelf, maar verder wordt alles voortdurend maar nieuw. Alles verjongt, zelfs de tijd. Tijd, denk ik soms, is een zich vervellend reptiel, onstuitbaar verder kruipend in zijn nieuwe vel, terwijl wij achterblijven met het lege omhulsel, het vuile water, de resten van het feest.

 

voor het laatst dit jaar
naar huis – de lage zon werpt
lange schaduwen

 
nieuwjaarswandeling –
nergens een mens; overal
restanten vuurwerk

 
de brug, het water:
halverwege de wereld
in nieuwjaarsnevel

 
het wordt al donker –
achter de bomen loeren
schaduwen van rijp

 

© Ben Joosten 2016

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen