Haiku (39) – het avondrood, de regenboog, de nietsnut

“Niets heeft meer nut”, dichtte Ovidius over de dichtkunst, “dan deze kunst die nutteloos is”.
Zestien eeuwen later schreef de dichter Basho dat poëzie is “als een haardvuur in de zomer of een koele waaier in de winter. De meeste mensen hebben er geen boodschap aan; zij strekt niemand tot nut”.
Maar wat is nut? Wie zegt er ooit tegen de zon: “wat is dat toch voor aanstellerij, met al dat rood en violet? Je hoeft je heus niet zo uit te sloven hoor, ga gewoon op of onder en laat het daarbij!” Niemand zal zoiets zeggen, de zon doet immers toch wat hij zelf wil, hij tovert met kleuren en regenbogen en bekommert zich er niet om wat het nut daarvan is.
Met één pennestreek wordt een oorlog ontketend, een handvol bankiers stort de halve wereld in armoe; toch zijn degenen die oorlogen beginnen of beurzen doen instorten doorgaans ernstige, verantwoordelijke mensen die nuttig werk doen. De generaal krijgt een lintje, de bankier krijgt zijn bonus, de nietsnut krijgt niets.
Het avondrood, de regenboog, de nietsnut: ze bevinden zich in het gezelschap van zoveel dat helemaal nergens toe dient: de geur van regen, het zingen van de wind in electriciteitskabels, het niet zingen van een merel.

in het zomerbos
hangt tussen de bomen nog
de geur van regen

zomeravondwind
– de geur van dennebossen
vult de lege trein

in de stilte voor
de trein passeert, hoor je hoe
de draden zingen

nu valt de avond –
in de plotselinge stilte
mis ik de merel

© Ben Joosten 2021

Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s