Déjà lu

Het is weer eens tijd voor twee van die zeer korte verhalen. Niet langer en niet korter mogen ze zijn dan tachtig woorden. Dat is de regel. Verder mag alles.
Voor het eerste stond een meisje model dat in de trein van Utrecht naar Amsterdam zat (ze was Engels en zag eruit alsof ze rechtstreeks uit de 19e eeuw kwam, met lange beige gebreide kousen en een zonnehoed); het tweede is zo’n fantasie die bij je opkomt als je in de regen fietst, in dit geval op de brug over het Maas-Waal kanaal in Nijmegen.

Déja lu

Ze las Anna Karenina. Moest dat een aanwijzing zijn? Voor wat? Er werd iets omgeroepen: over enkele ogenblikken zus; u kunt hier overstappen zo. Even kruisten onze blikken.
Verder niets. Op het perron geen wolken stoom, geen dreigende muziek; geen reden om wat ook te denken, ook niet toen de exprestrein langsreed zonder te stoppen.
Toen ik weer keek was ze weg. De coupé vulde zich met het vertrouwde ongemak van nieuwe gezichten, banale gesprekken, de geur van vieze koffie.

Déluge/delirium

Ik droom: de wolken scheuren open: geen regen, nee, een oceaan valt neer, de wereld kantelt. Geen onderscheid meer tussen boven en beneden: alles is water. Een blinde massa water. Vogels slaan vergeefs hun vleugels uit; in hun plaats stijgen nu de vissen ten hemel. Zo vult een uitspansel van water en wier het blikveld van wie nog kunnen zien; maar ik, ik zie niets; ik ben niet meer, alleen nog golf, alleen nog water, alleen nog water, verloren; vervloeibaard.

© 2021 Ben Joosten

Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

2 reacties op Déjà lu

  1. Ben, het tweede verhaal deed me denken aan een droom van Dürer. Ik vond alleen de Engelse vertaling terug:

    “In the year 1525 between Wednesday and Thursday (7-8 June) after Whitsunday during the night I saw this appearance in my sleep, how many great waters fell from heaven. The first struck the earth about four miles away from me with a terrific force, with tremendous clamour and clash, drowning the whole land. I was so sore afraid that I awoke from it before the other waters fell. And the waters which had fallen were very abundant. Some of them fell further away, some nearer, and they came down from such a great height that they all seemed to fall with equal slowness. But when the first water, which hit the earth, was almost approaching, it fell with such swiftness, wind and roaring, that I was so frightened when I awoke that my whole body trembled and for a long while I could not come to myself. So when I arose in the morning I painted above here as I had seen it. God turn all things to the best.”

    Translated in A. Rosenthal, “Dürer’s dream of 1525,” Burlington Magazine 69 (August 1936)

    • benjoosten zegt:

      Er is een tijd geweest dat ik mijn dromen opschreef, maar daar ben ik uiteindelijk mee opgehouden. Dat beeld van vogels en vissen die van plaats wisselen komt niet uit een droom, dat weet ik zeker, maar ik draag het al heel lang bij me. Vroeg of laat moest het zijn weg vinden. Die dag, dat moment, dat water boven en beneden me was, het was ineens allemaal zo duidelijk dat ik het verhaal vrijwel ter plekke bedacht. Achteraf is zo’n proces moeilijk te reconstrueren. Had ik Dürers droom gekend dan was dat misschien nog een extra puzzelstukje geweest. Wie zal het zeggen?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s