Haiku (38)

Het heet “de avond valt” – maar hij valt niet, hij stijgt op. Uit het oosten, waar in de ochtend de horizon nog roze kleurt, kruipt aan het einde van de dag, en dat is nu, de schemer omhoog.
Het is waterkoud en terwijl in de stad de straatlantaarns aangaan denk ik aan wat Basho leerde over de paradox van het tijdelijke en het tijdloze: het onveranderlijke principe dat alles voortdurend verandert. Niets blijft zoals het is; maar wie een vallend blad in woorden weet te vatten bereikt misschien dat het in alle eeuwigheid zal blijven vallen.
“Vang het licht der dingen voordat het in je hart uitdooft”, zei Basho. Ik zie hoe de zon nog net, voordat hij vuurrood ondergaat, door een kier in het wolkendek glipt, om dan achter een fabrieksschoorsteen te verdwijnen – de fabriek zelf is allang afgebroken, de schoorsteen is het enige dat rest, zoals van de zon straks alleen nog de herinnering. En of het zo moest zijn vliegt op dat moment een kraai luid krassend over.

wat er overblijft
na een winterse dag:
krassende kraaien

alles verandert,
dat weet ik ook wel – ik tel
de haren in mijn kam

weer thuis gekomen –
aan de kapstok, in mijn jas,
de geur van regen

storm uit het westen
ik vraag: is dit dan alles?
en sluit het venster


© Ben Joosten 2021

Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s