Haiku (36)

Toen de zon tenslotte doorbrak was het door een floers van sluierwolken. Het was het einde van de middag, de dag was grauw geweest, een koude herfstdag. Toen brak ineens het wolkendek en een warme zon vertoonde zich, ondanks, of misschien juist dankzij die sluier op zijn mooist: het was alsof een fijne nevel die bestond uit louter zonlicht zich over de hemelboog verspreidde en de stad liet baden in een sprookjesachtig schijnsel.
Ik wilde iets schrijven over die gouden gloed en hoe die zo prachtig contrasteerde met de koude wereld hier beneden, de auto’s met hun rusteloze rijden van hier naar daar, de ijdele bedrijvigheid van het menselijk streven. Iets moois en verhevens wilde ik schrijven, iets wat misschien een tipje op zou lichten van het raadsel van het bestaan. Maar uiteindelijk kwam het toch weer neer op het oude liedje.

omnevelde zon –
ik heb zin deze herfstdag
dronken te worden

monochrome dag –
naast een plas, na de regen,
een reiger, roerloos

weer geurt de herfst naar
vocht en rotting, stervenskou,
en langzaam kwijnen

aankruipend duister –
achter kreupelhout gloeit
donkerrood de avond

© Ben Joosten 2019

Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s