Haiku (35)

De wilde wingerd draagt vrucht. Ze weten het. Als een klas schoolkinderen komen ze aan, uit het niets, kibbelend, kwetterend, fladderend, vol sproeten, spreeuwen. De regen deert hen niet, zoals ook kinderen zich niet laten belemmeren door regen, waterplassen; het is het spel dat telt, en verder niets. Alleen mijn venster merkt het hemelwater en door de sporen van zijn tranen zie ik de bessen van de wingerd, als kogeltjes zo rond, verdwijnen in de snavels van de uitgelaten zwerm.
En dan zijn ze weg. Even plotseling en lawaaiig als ze kwamen gaan ze weer, langs de vlinderstruik, de twee beuken, nog éénmaal terug en dan voorgoed, de grijze hemel in. Mij, aan mijn huilend venster, resten de leeg gevreten ranken, het vuurrode blad, het uitzicht op een herfsttuin in de regen.

ochtenddauw parelt
op herfstdraden – ons afscheid
viel zelden zo zwaar

vlammend rood verstopt
achter een woud van webben:
de wilde wingerd

in avondschemer
tussen herfstblad verstoken
schaamrood van appels

avondgrauwen –
een huivering trekt over
het web van de spin

© Ben Joosten 2019

Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s