Haiku (33)

Vergeefs verkoeling zoekend trekt de stad zich in de avond aan het water terug. Terrassen vullen zich met gasten, hier klinkt een grap, een schaterlach, een klacht, “wat is het heet!” – daar tinkelen de glazen, lopen obers heen en weer; en boven alles drijft de maan, in een hemel die traag en zwaar is als stroop.
Maar ik loop stroomafwaarts. De stad uit, naar waar de lege fabrieken zijn en achter een betonnen muur torens van schroot en autowrakken staan. Daar drinkt bij een verlaten laadplatform een late chauffeur koffie uit een plastic beker en fluit vals een liedje. En bij de sluis wiegen de boten zachtjes op het stille water, in natriumlicht. Ik leun over de reling, zie de weerschijn van oranje, gebroken op de golfslag, scherven van licht die dansen op de adem van het water.

achter de sluiskolk –
dronken van de zomernacht,
lantarens, deinend

zeg wat je wilt, maar
onder deze maan, vannacht,
en met deze wijn –

heel het huis rook naar
overrijpe perziken –
hete zomernacht

kom dan als je durft!
roep ik dronken naar de maan –
wankelend naar huis

© Ben Joosten 2018

Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s