Haiku (32)

Toen het water zakte liet het plassen achter, boomstammen, rubber slangen, lege flessen, een matras. Wat voor zondvloed had hier plaatsgevonden? Het leek of het de maansikkel zelf was die door mijn ziel sneed, of was het toch de vrieskou.
In het opkomend duister liep ik naar huis. Jongens met schelle stemmen voetbalden op het pleintje. Op de straathoek stapels vuilniszakken. De vertrouwde geur van het Chinese restaurant, de houten stoelen, de klanten, elk verdiept in eigen telefoon. Ik dacht aan hoe wij niet meer waren dan drijfhout, achtergelaten op de liefdeloze oevers van de tijd.

ik veeg de kruimels
van alweer een dag voorbij –
een loodgrijze hemel

ijskoude regen –
hoe zou het nu met jou gaan,
dacht ik alleen maar

haar achterlichten,
verdwijnend in het donker –
zo’n koude avond

februariwind –
de kilte van mijn voetstap
vult de hele straat

© Ben Joosten 2018

Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s