Haiku (29)

Wie in een stad woont waar de straten hellen heeft bij elke stap een ander, telkens wisselend perspectief. Hier rijzen de huizen hoog op, en op die huizen stapelen zich andere huizen, gevels op gevels en daken op daken; daar – die toren in de verte: nu is hij er, dan verstopt hij zich; en ginds, die straat die afdaalt naar het water en ons een plotselinge blik gunt op alweer een volgend vergezicht.
Maar in die straten huist het eigenlijke wonder. Hier is het dat de stad tot leven komt. Avond of ochtend, winter of zomer: de stad vertoont zich hier als een caleidoscoop van menselijke activiteit – geluiden, geuren, gedragingen.
De stad verveelt nooit.

 

een vonkenregen –
krijsend van pijn kust de
slijptol het ijzer

 

loopt het meisje langs,
dan draaien op het bankje
alle ogen mee

 

boven de gevels
dooft de avondgloed – ik ruik
de rook van haardvuur

 

ergens daarbuiten,
een nachtelijke ruzie
in lenteregen

© Ben Joosten 2016

Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s