Haiku (21)

“Boven alles moet een Haiku heel simpel zijn en zonder dichterlijke maniertjes een klein plaatje schetsen, en tegelijk net zo luchtig en elegant zijn als een pastorella van Vivaldi.”

Dankzij Jack Kerouac – bovenstaand citaat is afkomstig uit The Portable Jack Kerouac, Penguin 2007 – las ik, lang geleden alweer, mijn eerste haiku. Het was ergens in de eerste hoofdstukken van The Dharma bums, als tijdens de beklimming van Mount Matterhorn aan het beroemde vers van Masaoka Shiki wordt gerefereerd: och, kijk, een mus sprong / helemaal langs de veranda / met natte pootjes.
“Je ziet in je verbeelding die natte pootafdrukken”, zegt Japhy Ryder, de hoofdpersoon van de roman, “en tegelijkertijd zie je in die paar woorden ook alle regen die gevallen is en je ruikt bijna de natte dennenaalden.”

Haiku puristen hebben het niet zo op Kerouac. Dat spreekt in zijn voordeel. Ter nagedachtenis aan hem, en aan Shiki, de grote modernist onder de haikudichters, een viertal haiku over vogels – maar ook over leven en dood, en de vergeefsheid van de dingen.

 

die merel – hoe hij
ook zingt, de zon gaat toch wel
onder, vanavond

 

een boom vol vogels
en daaronder het trottoir
vol witte vlekken

 

bijna onzichtbaar
door de regen op mijn raam:
twee vogels – lente

 

zo’n zinloze dood:
onder de hoogspanningsmast
in de regen, een duif

 

© Ben Joosten 2015

Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s