In schemerlicht

Fragment uit een kerstverhaal, of wat daarvoor moet doorgaan.

 

Het had gesneeuwd, maar het was nog te warm en in plaats van met sneeuw waren de trottoirs bedekt met vies bruin smeltwater. De stad had er nog nooit zo onherbergzaam uitgezien. In de straten hingen lampjes in de vorm van sterren en er klonk futloze sfeermuziek; mannen met baarden en belachelijke pakjes aan riepen opgewekt “Hohoho! Hohoho!” als om je alle moed te ontnemen. Ik had me naar huis gehaast, laverend tussen winkelende mensen in vormeloze jassen en zwervers die hoopten op extra medelijden omdat het kerstmis was. Maar ik had alleen medelijden met mezelf, want ze had nog steeds niet opgenomen.
Mijn appartement lag op de bovenste etage; de makelaar had het heel trendy een loft genoemd, maar het was gewoon een verbouwde zolderverdieping. Ik woonde er nog niet zo lang, en in sommige kamers stonden nog onuitgepakte dozen. Ik zette net koffie voor mezelf toen er werd aangebeld. De intercom was kapot, dus ik moest alle trappen aflopen naar de voordeur. Dat kwam er ook nog bij. Ik denk dat mijn gezicht op onweer stond.
Het was opnieuw gaan sneeuwen. Ik deed de deur open en een eeuwigheid lang wist ik niets te zeggen. Toen vroeg Juliette: “Ik mag toch wel binnen komen?”
Ze zei dat ze was komen lopen vanaf de bushalte. Haar wangen gloeiden rood van de kou. Begon zij of begon ik? Maar we maakten de kus niet af, hij bleef tussen ons in hangen als een wolkje condens, en op de trap naar boven weerkaatsten onze voetstappen in het holle ritme van een hart dat telkens overslaat.
“Het is helemaal boven”, zei ik overbodig.
Ik ging haar voor naar binnen. De geur van koffie was uitnodigend genoeg en ik had flink gestookt; ik hou nu eenmaal niet van kou. Ondanks of misschien juist door het onaffe, de provisorische inrichting en de omstandigheid dat ik geen enkele moeite had gedaan om het gezellig te maken, straalde mijn appartement toch iets uit dat je met een beetje goede wil charmant zou kunnen noemen. Aan de wand hing een reusachtige foto van de Baai van Montevideo, met de haven en de oude stad op de achtergrond. Ik was er helemaal voor naar La Teja gegaan, waar je vanaf het parkje aan de Rambla Dr. Ballasar Blum een geweldig uitzicht hebt over de baai en de Rio de la Plata. Ze stond er een tijdje bewonderend naar te kijken. “Heb jij die gemaakt?” vroeg ze.
Ik knikte bescheiden. “Geef me je jas”, zei ik toen.
Ze droeg dezelfde jurk als die vorige avond, of anders leek hij erop, in een of andere warme aardetint die perfect bij haar kleurde en waarin haar lichaamsvormen op hun voordeligst uitkwamen. Maar ze zag er moe uit.
Ik zat met duizend vragen. Waarom had ze haar telefoon niet opgenomen? Hoe wist ze mijn adres? Waarom was ze gekomen? Waarom vanavond? Waar was Theo? Maar ik schoof ze allemaal terzijde en zei, gespeeld onverschillig: “Ik vroeg me al af waar je bleef. Het is laat.”
“Plaag me niet”, zei ze. Ze schonk me een vermoeide glimlach. “En stel alsjeblieft geen vragen.”
“Goed”, zei ik. “Maar mag ik één ding weten? Eén ding maar.”
Ze keek me vragend aan.
“Hoe komt het dat ik het gevoel heb dat ik je al jaren ken?”
Ze lachte. “Is dat zo?”
Ik legde haar hand in de mijne. Ze had slanke vingers, mooi verzorgde, ongelakte nagels. “Ik zal niets vragen”, zei ik. “Ik neem je zoals je bent.”
Om de een of andere reden hadden onze ogen elkaar tot op dat moment ontweken. Het was bij een enkele vluchtige blik gebleven, een korte streling, alsof we bang waren onszelf opnieuw, en dit keer helemaal in elkaar te verliezen. Maar nu keek ze naar me op en ik keek naar haar, en we zeiden allebei niets meer. Toen ik na wat een hele lange tijd leek weer kon denken lag ze in mijn armen en kusten we elkaar.
Daarna ging alles heel snel. Haar vingers op mijn huid, de geur van haar haren, de warmte van haar adem, haar hongerige lippen… het was alsof de tijd die was verstreken na die laatste tango ongedaan gemaakt was; de klok was teruggezet en nu konden we verder gaan waar we gebleven waren. Toen haar jurk met een zacht ruisen naar beneden gleed en ik dwars door het koele satijn van het hemdje de warme ronding van haar lichaam voelde, klopte mijn hart zo hevig dat ik dacht dat het buiten te horen zou zijn. Ik nam haar mee naar de slaapkamer. We zeiden niets. Soms hijgde ze, een kort snakken naar adem, gesmoord in een kus, ze schopte haar schoenen uit, ik maakte mijn riem los, ik liet haar langzaam zakken op het bed, ik streelde haar armen met de zachte haartjes, haar satijnen buik, zij speelde met de haren in mijn nek, ik liet mezelf vallen, ik verdronk in haar ogen, ik verdronk in haar ogen, we gaven onszelf over en proefden de zoete smaak van de zonde die liefde heet. Buiten, ver weg, viel de zachte sneeuw. Door het raam scheen vlekkerig licht. We lagen tussen de fluisterende lakens, onze lichamen verstrengeld, naakt als kinderen, schuldig en onschuldig tegelijk, hijgend, lachend, in de ban van elkaar en van een verzengende hitte die alles rood kleurde. Ik sloot mijn ogen…

“Waar denk je aan?” vroeg ze.
“Ik denk aan een tango”, zei ik naar waarheid. “A Media Luz – het schemerduister van de liefde.” Ik reciteerde de zinnen in het zachte Spaans waarmee ik ooit de vrouwen van Montevideo had veroverd; maar dat was lang geleden. “Y todos a media luz, que es un brujo el amor, a media luz los besos, a media luz los dos – En alles in het schemerlicht, de tovenaar die liefde is, in schemerlicht de kussen, in schemerlicht wij twee.”
Ze was even stil. Toen zei ze: “Denk je wel eens aan iets anders dan tango?”
“Niet zo vaak… Het is tenslotte mijn werk.”
“Je versiert er vast veel vrouwen mee.”
“Alleen de mooiste.”
Ze lachte. Toen keek ze me aan. “Voor mij is dit geen spel.”
“Voor mij ook niet. Denk je dat het een spel voor me is?”
“Ik weet het niet. Ik vraag het je.” Ze legde haar hand op mijn borst. “Je moet eerlijk tegen me zijn.”
“Ik heb je gebeld.”
“Dat weet ik. Er stond een onbekend nummer in mijn telefoon. Twintig keer.”
“Ik wilde je zien. Ik moest je zien.”
Ze zei niets.
“Ik werd ziek toen je niet opnam. Weet je hoe de afgelopen dagen voor me waren? Ik kon aan niets anders denken. Je bent een vlam, Juliette. Je verteert me.”
“Komt dat ook uit een tango?”
“Nee. Jezus, nee.”
“Ik heb met Paul gesproken. Hij zei heel aardige dingen over je. Ken je hem lang?”
“Tamelijk lang. Een paar jaar. Ik meen het, Juliette.”
“Hou me vast”, zei ze. “Wil je me alleen maar vasthouden en niets zeggen?”
Ik hield haar dicht tegen me aan. Wijd open ogen, een brok in mijn keel. We ademden gelijk op, ik voelde haar borsten tegen mijn huid, haar spieren die zich spanden en ontspanden. Achter de koperen rand van het bed zag ik vlekkerige schaduwen, het schemerlicht van de straatlantarens geprojecteerd op mijn slaapkamermuur. Plotseling voelde ik me zo intens triest en ik begreep niet waarom. Was het omdat het kerstmis was? Omdat ik in bed lag met de mooiste vrouw die ik ooit had ontmoet? Ik begreep het niet. Ik begon haar te strelen, heel zachtjes, alsof ik haar niet wilde storen. Misschien was ik bang om haar kwijt te raken, bang om dit moment te verliezen, het nooit meer opnieuw te kunnen beleven. Was dat het?
Later, veel later, vroeg ze me of ik haar nog eens wilde nemen. Dit keer deden we het langzaam, teder, niet gretig als pubers, zoals de eerste keer. Ze snikte zacht toen ze klaarkwam en vergiste ik me of zag ik iets glinsteren in haar ogen?
En in de ochtend ging ze. Ze maakte me wakker toen ze al helemaal aangekleed was. Ik was te verbouwereerd om te reageren. “Laat me je brengen”, zei ik nog, maar ze schudde afwijzend haar hoofd, nee, het was beter zo.
“Waarom?” vroeg ik.
“Ik kan niet blijven”, zei ze. “Dat begrijp je toch?”
“Maar laat me dan tenminste – ” begon ik. Ze keek me een laatste maal aan. Die ogen… ach, die ogen. En toen draaide ze zich om.
Vanuit mijn slaapkamerraam zag ik haar gaan, kaarsrecht in de sneeuw.

fragment uit Tango met Juliette © Ben Joosten 2014

Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s