De visser en de zon

Het wordt maar weer eens tijd voor twee nieuwe oefeningen in veel zeggen met weinig woorden, oftewel twee nieuwe tachtigwoordenverhalen.
Het eerste schetst een tafereel dat ik afgelopen winter waarnam ergens langs de Waaloever. Het tweede is een door de tijd vertekende herinnering aan een zonsverduistering. Dat laatste, de zon die zich niet laat zien, is wat ze gemeen hebben, maar dat merkte ik pas toen ik ze al had uitgekozen.

 

Rivierlandschap met visser

Het pad voert langs een wilgenbosje.
Hier stroomt het water slaperig voorbij, maar verderop, waar een troep meerkoetjes juist is neergestreken, rimpelt het zich onrustig wakker.
Links van ons houdt de zon zich verscholen achter een rij populieren. Terwijl we praten trekt een vliegtuig een verse krijtstreep dwars over het blauw van de hemel en over de witte vegen die de bordenwisser van de wind heeft laten staan. De man zegt, zijn aas opbergend: “Ach,  het heet tenslotte vissen – niet vangen.”

 

1959

In mijn herinnering had het gevroren en vormde de melk kegels van ijs in de flessen. Maar mijn herinnering bedriegt me, zoals vaker. Dus dènk ik wel dat het licht heel scherp en naakt was, en dat de middag broos was als een schelp. Maar weten
Enfin, we stonden buiten, de schoolbel had nog niet geklonken. Had ik een zonnebril op? Twee fotonegatieven?
Boven ons, aan die ijsblauwe hemel, schoof langzaam de maan voor de zon.
Ik was bijna jarig.

 

© Ben Joosten 2014

Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s