Twee fragmenten

1.

Hij keerde zich net weer naar de tafel voor een glas spa en een handvol nootjes toen hij haar binnen zag komen. Anders dan hij kwam ze niet door de serre maar via de galerie, en daardoor keek hij recht in haar gezicht toen ze de hoek om kwam. Hij herkende haar meteen. Ze had nog steeds die ogen en dat fantastische figuur, al was ze ouder en rijper geworden. En eigenlijk nog mooier. Toen ze dichtbij genoeg was om hem te horen sprak hij haar aan.

“Hallo, Paulette.”

Haar gezicht lichtte op in een glimlach van herkenning. “Jij hier! Dat had ik nou helemaal niet verwacht!”

“Onkruid vergaat niet, zei Kees.”

Ze kusten elkaar op de wang. Ze rook fris, de geur van een herfstochtend vermengd met het tijdloze van mooie vrouwen. Net als vroeger droeg ze verrassend weinig make-up; dat had ze nog altijd niet nodig.

“Je ziet er fantastisch uit”, zei hij. “De mooiste vrouw in elk gezelschap, net als vroeger.”

Ze keek hem keurend aan. “Jij ziet er ook uit of het goed met je gaat.”

“Ik kan rondkomen”, zei hij quasi-bescheiden.

“Advocatuur, was het toch?”

“Economische geschillen, rechtenkwesties, dat soort dingen. Brood op de plank.”

“Getrouwd?” Ze keek naar zijn hand.

“Vriendin.”

“En is ze niet meegekomen?”

“Nee, ze vond dat ik een dag voor mezelf had verdiend. Een sentimental journey.”

“Wat romantisch. Is het dat ook?”

“Ik weet niet wat het is”, zei hij naar waarheid. “Het lijkt wel honderd jaar geleden dat ik het laatst in dit deel van het land was.”

“En, zijn we veel veranderd?”

“Jij in elk geval niet.”

Ze glimlachte warm naar hem. “Je bent een vleier. Dat was je toen al, al wist je het niet. Bied je me niets te drinken aan?”

“Natuurlijk. Wat wil je?”

Ze wilde een witte wijn. Hij schonk het voor haar in, en toen hij haar het glas overhandigde merkte hij onwillekeurig op dat ze zelf ook geen ring droeg.

Er viel een schaduw tussen hen in toen Kees zich bij hen voegde. “Aha. Ik zie dat jullie elkaar al hebben gevonden.” Hij kuste Paulette iets te intiem voor twee gewone vrienden. “Vind je niet dat ons advocaatje er goed uitziet? Helemaal afgezakt naar het diepe zuiden! Jullie hebben allebei de openingsspeech gemist, maar er komt zo meteen nog iets, dus blijf stand by.” Hij was alweer weg, met twee volle glazen in zijn handen.

“En wat vind je van Kees?” vroeg Paulette, nadat ze een tijdje gezwegen hadden. “Is hij veranderd, volgens jou?”

“Dikker geworden”, zei hij. “Maar voor de rest… Ik weet het niet. We hebben nog niet echt met elkaar gesproken. Maar dat snelle, even hier en dan weer weg, als een wervelwind, dat had hij altijd al. Vooral als hij gedronken had.”

“Jij kon er ook wat van”, zei ze.

 

2.

“En wat vindt u ervan?” vroeg de galeriehouder.

Ze stonden opnieuw voor het grote doek. De drukte was voorbij; er stonden hier en daar nog wat groepjes te praten; iemand speelde piano. Hij was naar binnen gelopen om nog wat te drinken.

“Ik vind het mooi”, zei hij. “Om de waarheid te zeggen: toen ik het voor het eerst zag, op de uitnodiging, zei het me niets. Gewoon een plaatje. Maar hier, op dit formaat, nu je de ruimte ziet en het spel met de kleuren… Wat het ook betekent, het heeft sfeer.”

“Er is een eerdere versie”, zei de galeriehouder. Hij zag er moe uit, iemand die hard gewerkt heeft en het toch niet wil laten merken. Zijn glimlach was zakelijk, maar dat was misschien alleen gewoonte.

“Ik wilde hem dolgraag hebben, maar Kees weigerde te verkopen. Kunstenaars… Nu heeft hij deze gemaakt, als goedmaker, zoals hij me vertelde. Wat mij betreft, hij haalt het niet bij die vroege versie.”

“Wat is het verschil?”

“Moeilijk uit te leggen. Passie. Kracht. Deze heeft dat ook wel, maar minder.”

“Ik zie geen titel.”

“Nee. Maar het is duidelijk wat er bedoeld wordt.” De galeriehouder wees naar het kapelletje, helemaal rechts op het schilderij. “Stabat Mater. Het kruis, en aan de voet daarvan, hier aan de linkerkant, de maagd Maria en Johannes.”

“Werkelijk? Ik wist niet dat Kees zo religieus was.”

“Is hij ook niet. Maar hij kent zijn kunstgeschiedenis. Het is een heel gebruikelijk motief. Ook in de muziek, trouwens.”

“Pergolesi.”

“Inderdaad. Het was geen toeval, vanmiddag. Ik denk eerlijk gezegd dat hij het heeft laten spelen om me te jennen.”

Stabat Mater. Dat was nu al de derde keer vandaag. Eerst de radio, toen het optreden, en nu dit schilderij. Het moest bijna iets te betekenen hebben. Hij dacht weer terug aan het moment dat hij, eerder die dag, met tranen in zijn ogen aan de bosrand had gestaan. In alle opzichten was dit een vreemde dag.

“Het is een vrij bekend motief”, herhaalde de galeriehouder. “De moeder stond, door smart bevangen, en met tranen langs haar wangen, waar haar zoon gekruisigd hing  – Het is het universele thema van de moederliefde. Alles komt erin samen: pijn, wanhoop, troost, berusting. Alle grote meesters hebben zich er op enig moment aan gewaagd: Michelangelo, El Greco, Rubens. Gauguin heeft met het motief gespeeld, net als Chagall. Max Ernst, Dali, noem ze maar op. Zelfs een duister genie als Francis Bacon.”

“U weet er nogal veel van af.”

“Ik schreef er destijds mijn doctoraalscriptie over. Wist u dat er bijna altijd sprake is van een crisis in het leven van de kunstenaar? Dvořak bijvoorbeeld componeerde zijn Stabat Mater als reactie op de dood van zijn kinderen, net als Rembrandt overigens, die schilderde naar aanleiding daarvan zijn Kruisiging. En Picasso tekende een hele serie toen zijn huwelijk mislukte en zijn maîtresse een abortus zou hebben ondergaan.”

“Werkelijk?” Hij keek weer naar het doek maar zag nog steeds gewoon een landschap, mooi van kleur en compositie, maar toch niets meer. Hoeveel kon er helemaal schuil gaan achter een paar lagen verf op doek? Passie? Zou het soms iets met Paulette te maken hebben? Maar voordat hij zijn hoofd er verder over kon breken dook Kees weer op.

“Aha, daar zijn jullie.” Hij richtte zich tot de galeriehouder. “Je vrouw vroeg waar je was. Ze schijnen je te zoeken in de keuken.”

De man verontschuldigde zich en liet hen achter.

“Mijn pièce de résistance”, zei Kees, met een theatraal gebaar naar het schilderij. “Vind je het wat?”

Fragmenten uit Stabat Mater, ongepubliceerd. © Ben Joosten 2013

 

Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s