Crossroads 1

Over duivels, de blues en de mythe van het kruispunt

1. De duivel en ik

Het is een van de oermythes van de popmuziek – een verhaal waarvan de echo’s nog altijd rondzingen in de muziek van elke ijdele, aan weltschmerz lijdende rocker – of, als je sommige mensen moet geloven, in de groeven van achterste voren gedraaide heavy metal platen. Er zijn al honderden pagina’s over volgeschreven, maar het begint allemaal op een verlaten middernachtelijk kruispunt ergens in de Mississippi delta aan het eind van de jaren ’20, de plaats waar Robert Johnson zijn ziel aan de duivel zou hebben verkocht. Het doet er niet toe of het verzonnen is, een doelbewust in het leven geroepen legende, een publiciteitsstunt, of dat er misschien toch een kern van waarheid in zit. Robert Johnson zelf schijnt er nooit expliciet over te hebben gesproken – er zijn alleen die paar opnamen, gemaakt op een hotelkamer in Texas, waarin hij zingt over een hellehond die hem op de hielen zit tijdens een apocalyptische hagelbui: “I got to keep moving, I got to keep moving, blues fallin’ down like hail”, en hoe de duivel ’s ochtends bij hem op de deur klopt en hij antwoordt: “Hello Satan, I think it’s time to go.” Een jaar later was hij dood. 

In werkelijkheid was het een andere Johnson, Tommy Johnson, ook blueszanger, die het verhaal van het kruispunt de wereld in hielp. Ook dat is algemeen bekende bluesgeschiedenis. We kennen het verhaal via zijn broer, Ledell Johnson; en zoals hij het hij vertelt is het een min of meer gedetailleerde gebruiksaanwijzing over hoe je een pact met de duivel sluit:

“Als je wil leren hoe je alles kan spelen wat je maar wil en hoe je zelf liedjes maakt, moet je je gitaar meenemen naar waar twee wegen kruisen, naar een kruispunt. Zorg dat je daar even voor twaalven aankomt, dan weet je dat je op tijd bent. Je zit daar met je gitaar en speelt wat voor jezelf. Dan zal er een grote zwarte man komen die je gitaar pakt, en hij zal hem voor je stemmen. Hij zal er op spelen en hem dan aan je terug geven. Zo leerde ik alles spelen wat ik maar wou.”

De geschiedenis is vaker opgerakeld, inclusief verklaringen die al of niet diep graven in de folklore van Amerika’s diepe zuiden en de antropologie van West Afrika. Er is gespeculeerd over connecties van Robert Johnson met voodoogenootschappen in Louisiana. Maar de mensen die ons daar meer over hadden kunnen vertellen zijn allemaal al lang dood. Wie toch wil weten wat er waar is, of zou kunnen zijn, wie Robert Johnson en zijn zo tragisch afgelopen bliksemcarrière wil onttrekken aan de wereld van de afgesleten rockclichés, zal de legende links moeten laten liggen en kijken of er parallellen zijn te vinden, niet alleen in het verleden, maar ook in de wereld van vandaag.

Het hele idee van “een pact met de duivel sluiten” was om te beginnen natuurlijk niet nieuw, en ook niet uitgevonden door bijgelovige zwarte bluesmuzikanten. De populaire literatuur vanaf de late middeleeuwen heeft altijd al gedreven op dit soort verhalen, en altijd was de waarheid er eerder dan de legende en werd de legende groter dan de waarheid.

Een van die verhalen vond zijn weg in tientallen goedkoop gedrukte volksboeken en bereikte uiteindelijk zijn artistieke hoogtepunt in twee beroemde tragedies, van een Engelsman, Marlowe, en een Duitser, Goethe.

De hoofdpersoon van deze legende, volgens sommige bronnen ene Georg Helmstetter uit Knittlingen, in Württemberg, was in werkelijkheid niets meer dan een rondtrekkend goochelaar, hypnose artiest en charlatan, een van de honderden wonderdoeners die met trucs en drankjes de Europese wegen bewandelden, op zoek naar gratis kost en overnachting. Onder de naam Faust is hij de wereldliteratuur binnengedrongen om er nooit meer weg te gaan. De volksmond heeft meer avonturen om hem heen gedicht dan hij ooit zelf heeft kunnen beleven; en precies dat verbindt hem met de jonge bluesmuzikant uit Mississippi – plus de omstandigheid dat hun publiek in beide gevallen grotendeels bestond uit ongeletterd boerenvolk dat zich met een zekere gretigheid liet overdonderen door wilde verhalen en snoeverijen over Satan als schoonvader (wat Robert Johnson’s tijdgenoot en bluescollega Peetie Wheatstraw placht te zeggen – hij noemde zichzelf ook High Sheriff from Hell) of zwager (de familierelatie waarop Faust zich beroemde).

Zijn einde is beschreven door de beroemde Nederlandse arts en humanist Johannes Wier, uit Grave. Hij schreef het op in 1568, maar het moet zich hebben afgespeeld omstreeks 1540. Wier wist over wie hij het had, want hij had hem zelf ooit ontmoet. “…Hij heeft tenslotte loon naar werken gekregen. Want naar men zegt is hij in een dorp in Württemberg ’s morgens naast het bed dood gevonden, het gezicht naar de rug gedraaid, en er was die nacht van te voren in het huis zulk een rumoer ontstaan, dat het gehele huis daarvan had getrild.”

Over een afgrond heen van bijna vierhonderd jaar maakt deze prozaïsche beschrijving de dood van de man die zichzelf Doctor Faustus noemde, minstens zo eenzaam en afschuwelijk als die van Robert Johnson, van wie gezegd is dat hij in zijn laatste uren kwijlend en kreunend van de pijn over de grond kroop, alsof hij bezig was te veranderen in de hellehond die hij zelf met zijn muziek had opgeroepen…

In het eerste gedrukte volksboek dat de Faust-legende in Europa verspreidde, uit 1587, duikt ook het kruispuntmotief voor het eerst op. In het Spesser Wald bij Wittenberg zou de zelfbenoemde doctor in diverse wetenschappen “in einem Vierigen Wegscheidt” een serie concentrische cirkels op de grond hebben getrokken en daarin staande de duivel hebben opgeroepen; niet om middernacht, zoals het cliché wil, maar op het meer christelijke tijdstip tussen negen en tien uur ’s avonds. Daarop verscheen dan de duivel te midden van een hels kabaal van bliksems en donderslagen in de gedaante van achtereenvolgens een vliegende draak, een komeet, een vuurbol, een brandende man en een in grijs geklede monnik, om hem zijn meest innige wensen te vervullen in ruil voor zijn ziel. Maar waar Robert Johnson zijn deel van het contract al na acht jaar moest aflossen, kreeg Faust van Satan maar liefst vierentwintig jaar van roem, weelde en wetenschap – precies drie maal zoveel.

Het verhaal van Faust ging, aangedikt en opgetuigd, de wereld rond. Marlowe’s tragedie werd bewerkt tot een stuk voor het poppentheater en kwam zo, naar het schijnt, Goethe voor het eerst ter ore. Goethe op zijn beurt inspireerde opera’s, cantates en een symfonie; en de geleerde tovenaar zelf werd een niet meer weg te denken hoofdpersoon uit het collectieve geheugen van Europese verhalenvertellers, artiesten, marskramers, potsenmakers en muzikanten, die al of niet doelbewust speelden met het duivelsmotief en de daarmee samenhangende beeldvorming.

De achttiende eeuwse Venetiaanse violist Guiseppe Tartini, componist van de berucht moeilijke Sonate in G klein, bijgenaamd de “Duivelssonate”, was een van die muzikanten over wie het gerucht de ronde deed dat hij zijn talent en inspiratie haalde uit een pact met de Satan. In een droom zou hij zijn viool aan de duivel hebben overhandigd, die daarop de oerversie van de sonate voor hem speelde – een bijna letterlijke parallel met het verhaal dat Tommy Johnson aan zijn broer vertelde.

Verreweg de beroemdste van allen is Niccolò Paganini uit Genua. Zijn veelvuldig bezongen “duivelse” virtuositeit op de viool (hij was trouwens ook een meer dan begaafd gitarist) is postuum toegeschreven aan een erfelijke aandoening – het syndroom van Marfan dat de gewrichten extreem flexibel maakt – een conditie waaraan ook Abraham Lincoln zou hebben geleden (maar dat wordt betwist), Joey Ramone en, jawel, Robert Johnson.

Paganini’s geschiedenis speelt een volle honderd jaar voor die van Johnson, maar de overeenkomsten zijn opmerkelijk genoeg. Beiden verkozen ze het leven van een reizend muzikant boven een meer geregeld bestaan. Beiden hadden ze de naam van vrouwenversierder en raakten erdoor in de problemen; de een door een fles met strychnine vergiftigde whiskey in zijn handen gedrukt te krijgen en de ander door een zware kwikvergiftiging, opgelopen door de destijds gangbare behandeling van syfilis. Uiteindelijk kon de bewierookte virtuoos daardoor zelfs niet meer op zijn viool spelen. Toen Paganini in 1840 stierf weigerden de kerkelijke autoriteiten om hem in gewijde grond te begraven, zozeer was hij tegen die tijd al door zijn reputatie ingehaald.

Die reputatie was ronduit demonisch. Ooggetuigen van zijn recitals verklaarden in volle ernst dat ze de duivel zelf aan zijn zijde hadden zien staan om de strijkstok te hanteren. Hij zou ’s nachts op kerkhoven voor de doden spelen – wat Robert Johnson ook gedaan schijnt te hebben, samen met zijn mentor Ike Zinneman of Zimmerman, op het kerkhof van Hazelhurst, Mississippi. Een wel zeer sinister gerucht wilde dat hij zijn viool bespannen had met menselijke darmen, en dat er twee zielen in het instrument gevangen zaten, die van zijn vrouw en zijn maîtresse, die vanzelfsprekend allebei door hem waren vermoord.

Dat sommige van Paganini’s composities titels dragen als “De heksendans” en “Het lachen van de duivel” was natuurlijk ook niet zo’n beetje bevorderlijk voor de legendevorming, die na zijn dood ook nooit is opgehouden.

Wat al deze verhalen zo op het oog met elkaar verbindt is, meer nog dan de lotgevallen van de hoofdpersonages, de fascinatie van hun publiek voor hun veronderstelde duistere levenswandel. Voeg daarbij de onmiskenbare afgunst voor de manier waarop deze reizende artiesten schijnbaar moeiteloos hun kunsten vertonen, er geld mee verdienen en vrouwen imponeren; meer geld en meer vrouwen dan de doorsnee brave burger zich kan of durft te verwerven. In feite lijkt het er dan op dat diezelfde brave burger zijn eigen al of niet bewuste fantasieën en verlangens projecteert op de artiest en er meteen zijn banvloek over uitspreekt – het moet wel van de duivel zijn – hij slaat een kruis en slaapt met schoon geweten.

Of toch ook met spijt.

Want naast het Faust motief is er ook dat van de man die de duivel te slim af is, die wel zijn ziel verkoopt maar de schuld juist niet hoeft in te lossen; en ook dat verhaal is van alle tijden en van alle delen van de wereld.

Wie “Robert Johnson” intikt bij Youtube stuit op een filmpje dat begeleidende beelden biedt bij een Balada de Robert Johnson door de Braziliaanse musici Sebastião de Silva en Flávio Guimarães, in een stijl die Johnson’s deltablues combineert met de even desolate klanken van de muziek van Brazilië’s Nordeste. Het is een gewaagde, maar niet onlogische combinatie, want ze hebben beslist wel iets gemeen, de Mississippi delta en het kale, droge land in de Braziliaanse provincies Pernambuco en Bahia: een regio van stoffige landwegen, een armoedige, goeddeels zwarte of gekleurde bevolking en een menigte volksverhalen waarin de duivel figureert – als rondtrekkend vagebond, als partner bij het kaartspelen – en vroeg of laat wordt ontmaskerd als hij zo onvoorzichtig is zijn staart te laten zien, of de bokkepoten die onder zijn broekspijpen uitsteken. En natuurlijk verliest hij op dat moment onmiddellijk zijn bovennatuurlijke macht en gaat er als een haas vandoor.

In al deze verhalen – we kunnen er ook voor naar Europa, en naar ons eigen land – is de duivel een bijna joviale, makkelijk te misleiden weldoener, die in niets lijkt op de Boze die de zondagse preek ons voorschotelt en die de Bron is van alle Kwaad. Hij lijkt eerder een bondgenoot, almachtig en toch ook ietwat onnozel, en in dat laatste niet al te veel verschillend van de mensen zelf, die zuchten onder het juk van pastoor en landeigenaar en wel zo’n bondgenoot kunnen gebruiken.

De ene man wil geloven dat er satanische machten bestaan die hem van dienst kunnen zijn; een ander kan zijn ongeluk afschuiven op een vermeend vals spel en duivelse listen van zijn tegenspeler. Want uiteindelijk is Satan een allemansvriend: hij deelt zijn gaven uit aan iedereen – en richt hen dan te gronde.

© Ben Joosten 2013

 

Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized en getagged met , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s