Gebroken Engels

Een enkel peertje hangt aan het plafond en ik kijk ernaar tot er blauwe vlekken voor mijn ogen beginnen te dansen. Dan knijp ik ze dicht en dansen de vlekken in het donker en denk ik aan jou.

Je zat op de enige stoel, de stoel naast het bed en je vingers speelden met het gouden kruisje om je hals. Ik lag op het bed. Van buiten klonk het ruisen van de branding. Je zei, meer voor jezelf dan tegen mij: “you go tomorrow”. Het was geen vraag, en ik hoefde geen antwoord te geven.

Het raam zag uit op een hemel vol zuidelijke sterrenbeelden. Daaronder lag de zee, onzichtbaar, verborgen achter de stenen balustrade en de bewegende donkere schaduwen van de palmen.

Ik staarde naar het plafond met het kale peertje. Plafonds zijn overal hetzelfde, hotels zijn overal hetzelfde, enkel eenzaamheid.

“You go tomorrow”. Ik wist hoe je daar zat en me niet aankeek terwijl je het zei. Ik wilde zeggen dat ik ooit terug zou komen, maar jij zou er niet meer zijn, dus zei ik niets. We wachtten zwijgend op de ochtend.

In de bleke dageraad hebben we nog eenmaal de liefde bedreven, en na afloop veegden we ons schoon met het laken, waar ons zweet en onze lichaamsgeuren allang weer uit zijn verdwenen, anders dan uit de sluier van Veronica. “Ken je het verhaal? Het komt uit een boek dat de bijbel heet.” Je hand rustte op mijn borst, vlak bij mijn hart. Je had het onthouden omdat je haar naam droeg, Veronica, het meisje met de sluier. De sluier met de afdruk van het gezicht van Jezus. Je praatte als een schoolmeisje, in charmant gebroken Engels. Ja, knikte ik, ik ken het. Het staat niet in de bijbel, maar ik verbeterde je niet. Waarom zou ik? Het is een mooi verhaal. Mensen hebben behoefte aan wonderen. “You can make miracle too? Miracle for Veronica?” “Kus me”, zei ik. Je kuste me.

Hier is er niemand die me kust, alleen de muggen. Hun zoemen houdt me wakker; ik denk aan jou, om het wachten te verkorten tot het licht wordt en ze gaan slapen.

Het was mijn laatste avond in de hoofdstad. Het restaurant heette toepasselijk Quo Vadis en had een binnenplaats vol planten en getjirp van krekels.

We aten kreeftjes en ik deed je voor waar je het pantser breken moest, we doopten stukjes brood in de saus en stopten die in elkaars mond, likten elkaars vingers schoon en dronken wijn die iets te lauw was en de kleur had van de volle maan.

Het werd later, de tafeltjes rondom ons raakten leeg, totdat wij alleen nog over waren. Jij praatte honderduit, ik deed niet veel meer dan zwijgen en naar je kijken en luisteren naar je Afrikaanse Engels, het Engels van de paters en de missiescholen. Je reikte me je sigaretten aan die naar lipstick smaakten. Ik knoeide koffie op je jurk. Ik liet je mijn moedervlekken zien, de kleine plekjes Afrika op mijn germaanse huid en zei “Kijk maar, ik ben niet overal zo blank.”

De avond rook naar zee en bloemen. Ik had nog zoveel met je willen doen, zoveel waar het te laat voor was en waar het nu voorgoed te laat voor is. Het was mijn laatste avond en ik liep met je naar het hotel, je zwarte benen in de witte sokjes dansten voor me uit, wat was je vrolijk, de donkere boulevard met de palmen en de flarden muziek op de wind, en in mij de melancholie die langzaam begon te knagen. Quo Vadis? Ja, dacht ik, waarheen?

De receptionist achter de balie sliep, zoals hij het grootste deel van de dag sliep, maar hij werd wakker toen ik aan kwam lopen en mijn sleutel vroeg. Hij zag jou en knipoogde naar me met een veelbetekenende grijns. Ik had er niet op moeten letten maar ik deed het en het stoorde me, want ik wist wat hij dacht. Ach, misschien had hij gelijk, denk ik nu, een andere maanverlichte nacht. We liepen de trap op, naar de kamer met de ene stoel en de douche die het één keer per dag deed en het raam met het gescheurde muskietengaas. Je wankelde tegen me aan; je zei dat je niet tegen wijn kon, ik greep je vast en dacht nergens meer aan en ik kuste je.

Zo begon het: je stond op de hoek van de taxistandplaats bij de markt, in bloemetjesjurk en witte sokjes en je vroeg of ik Engels sprak. Je had een meningsverschil met de chauffeur, die deed of hij je niet verstond. Het was heet en stoffig. Je was een vreemdeling in de stad, net als ik. Ik nam je mee naar een terras waar we ijskoude cola dronken onder parasols en luisterden naar de muziek die in watervallen van electrische gitaren naar buiten spoelde.

Je was op weg naar familie, vertelde je, twee grenzen en evenveel dagreizen in overvolle taxi’s verder. Niemand sprak je taal. Je was alleen. We keken naar elkaar, en ergens halverwege de ochtend op dat terras wisten we dat we de rest van de dag samen zouden blijven. Het was niet iets dat een van ons zei, het gebeurde gewoon, zomaar. Ik keek naar je handen die speelden met het gouden kruisje om je hals. Je zag me kijken en glimlachte. Ik riep de ober en we stonden tegelijk op.

Zo ging het verder: een lange dag in de hoofdstad. We praatten en we lachten en slenterden langs het strand met de vissersboten in de branding en de souvenirverkopers. We liepen van schaduw naar schaduw door hete straten waar de tijd traag voorbij sloop. Soms hield ik even in, dan keek je vragend naar me om, maar ik deed het om je te kunnen bekijken, hoe je daar in die trillende lucht voor me uit zweefde, terwijl rondom ons bleekrose bloesemblaadjes langzaam omlaag dwarrelden als slaperige vlinders.

Ik sluit mijn ogen om je beter te zien, en om het onbehagen buiten te sluiten van deze plek, de scharminkelige palmbomen die hun best doen om de schijn op te houden van een tropisch paradijs, de straathonden, de vliegen en het vuilnis – rommel dat niemand zelfs hier wil hergebruiken; ik kan ze horen met hun domme gejank en hun gevechten om een schimmelig stuk keukenafval.

Ik sluit mijn ogen en denk aan alles wat we deden, aan de foto’s die we niet maakten, aan de teleurstelling op je gezicht toen er niemand bleek te zijn in de winkel met de letters KODAK op de gevel. “Please”, had je gezegd, “make picture, oké?” Maar het is goed, zo moest het gaan, geen souvenirs, geen tastbaar aandenken, geen sluier van Veronica voor ons. Alleen herinneringen. Zoveel beelden, die nooit meer zullen verdwijnen: blote kinderen in het stof, jij ertussen. Kippen. Jouw stralende ogen wanneer de verkoper op de markt een zilveren armband om je pols past; witte tanden, bankbiljetten, straatjongens met uitgestoken handen: “meneer, meneer, kom mee, niet duur”. Jij, nippend aan je cola, lachend om een grap, dansend in de zon op muziek uit een deuropening, een taxi rijdt luid toeterend langs en de chauffeur vraagt of we mee willen, maar waarom zouden we? We hebben geen haast. We komen zo wel waar we willen zijn.

En als de ondergaande zon de hemel betovert en alles van kleur verschiet staan we naast elkaar ergens op een veranda en we zien de lichten aangaan, we ruiken de geuren van geroosterd vlees en houtskoolvuurtjes, ik pak je hand en je kijkt me aan, je ogen glanzen zacht.

Veel meer is er niet, behalve de avond, de tedere avond, de zee en de sterren en jij.

In de bleke ochtend zijn we opgestaan. Je vroeg niet eens om geld. Je wist dat ik het geven zou, maar je vroeg het niet. Ik betaalde mijn rekening aan de balie, hield wat bankbiljetten achter voor de taxi naar het vliegveld en gaf de portemonnee met de rest aan jou. “Ik heb het toch niet meer nodig”, zei ik. Ik keek naar je handen, zodat ik je ogen niet hoefde te zien. “We never meet again”, zei je. “Ik weet het niet”, zei ik.

Maar ik weet het wel. Ik sluit mijn ogen en ik zie je, die droeve grijze Afrikaanse dageraad en jou, Veronica. Ik hoor het zoemen van de muggen. Ik strek mijn hand uit naar de ventilator, maar die doet het niet. Ik pak mijn sigaretten, steek er een aan en blaas de rook heel langzaam naar boven, naar het plafond met het kale peertje. En ik denk aan jou.

Beste proza-inzending SNS Literatuurprijs 2001. Gepubliceerd in De Nijmeegse Stadskrant, december 2003. © Ben Joosten

Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s