Een streep schaduw

“Wist u dat er meer dan zes miljoen dadelpalmen in dit land zijn?” had de man bij het douanekantoor gevraagd. Nee, dat wist hij niet. Ze stonden bij de gestrande vrachtwagen en keken naar de lading die verspreid over de grond lag: opengebarsten jute zakken met dadels, niets dan dadels. Om de een of andere reden was het deze scène die hem te binnen schoot nu hij hier zelf op zijn buik in het hete zand lag, met naast hem die donkere vlek die langzaam kleiner werd. Zes miljoen. Alsof het getal er iets toe deed.

Op de kaart had het eenvoudig geleken: een rechte lijn van A naar B. Symbolen die aangaven waar waterputten en tankstations waren. Afstanden overzichtelijk weergegeven in afgeronde getallen. Net zo eenvoudig en rechtlijnig als zijn bestaan tot dan toe was geweest.

Hij herinnerde zich het gevoel van bevrijding toen hij na maanden van twijfel het besluit had genomen; hoe zich dat had gemanifesteerd als een tinteling vanuit zijn buik, alsof hij weer opnieuw verliefd werd. Alles zou anders worden. Toen kwam die eerste zonsopkomst, gadegeslagen vanachter het stuur van zijn auto na een dag en een nacht doorrijden via op goed geluk gekozen afslagen. Geen plannen. Hij had een stapel Michelinkaarten gekocht bij het tankstation, samen met een beker koffie. Op de picknickplaats, later op die dag, had hij ze opengeslagen, een potlood in zijn ene hand, een brandende Gauloise in de andere. Daar had hij tenslotte voorgoed afscheid genomen van het lege leven dat hij altijd had geleid.

Wat niet op de kaart gestaan had, was de weidsheid. De lege horizon. De zinderende hitte. De zoutkristallen op je huid. Het zand dat overal binnendrong. De ademloze stilte van de nacht. En Anna-Rose.

Haar had hij ontmoet in een van die schilderachtige stadjes in de uitlopers van het gebergte. Er vond een traditioneel Berberfeest plaats met het gebruikelijke vertoon van ruiters op snelle paarden, wolken kruitdamp en schelle vrouwenstemmen. Ze was hem meteen opgevallen, zoals ze zich afzijdig hield van de andere toeristen en volledig leek op te gaan in de opwinding van het moment. Later, op zijn slingerende route langs oases en kortstondige pleisterplaatsen, was hij haar vaker tegengekomen. Ze reisde met haar echtgenoot, een gepensioneerde Franse militair die, na bijna al zijn haar te hebben verloren, nu ook nog bezig was zijn laatste restjes verstand te verliezen. Bij hun derde ontmoeting, toen hun onderlinge blikken steeds veelzeggender begonnen te worden, had hij haar gevraagd of ze niet liever met hem verder wilde reizen. “Laat die man toch. Hij heeft je niets te bieden.”

“Dat kan ik niet”, had ze geantwoord. “Als ik bij hem wegga, wordt dat zijn dood.”

Maar ze was die nacht wel naar hem toegekomen, en terwijl ergens buiten het hotel een kameelkalf brulde om zijn moeder, had ze naast hem gelegen onder het laken, haar lichaam gestreeld door de wind van de ventilator.

Anna-Rose had ook niet op de kaart gestaan. Ze had een andere leegte in zijn leven blootgelegd, merkte hij, toen ze de volgende ochtend toch weer bij haar man in de auto stapte en hij hen zag wegrijden, in een stofwolk die werd beschenen door alweer een opkomende zon. Hij had zijn koffie opgedronken en zich daarna op zijn kamer opgesloten, met zijn kaarten en zijn sigaretten en een fles pastis.

De douanebeambte had hem gewaarschuwd voor de rebellen. “Officieel is het wapenstilstand”, had hij gezegd, “maar ja, u hebt een mooie auto…”

Ze konden plotseling opduiken vanuit een hinderlaag, zei hij. “Als u doet wat ze zeggen, laten ze u leven. Sommige mensen hebben ze netjes bij een nederzetting afgezet, of langs een drukke route, waar ze snel zouden worden gevonden.”

“Maar de auto?”

“Ja, die bent u kwijt.”

De onfortuinlijke vrachtwagenchauffeur had hem een plastic zak vol dadels meegegeven. In de schaduw van het kleine kantoortje, waar een alpenlandschap aan de muur uitzag op geïdealiseerde verten, hadden ze zoete muntthee gedronken uit kleine glaasjes.

“Waar gaat u heen?” had de man hem gevraagd.

Hij had zijn schouders opgehaald. “Onbelangrijk. Ergens heengaan…”

De man had waarschijnlijk gedacht dat hij gek was.

Maar uiteindelijk waren het toch niet de rebellen geweest.

De jongen met de tulband die hem had laten stoppen wees hem de afslag naar het oude fort. Half begraven in het zand stond er het uitgebrande karkas van een VW busje. Uit een cassetterecorder kwam jengelende muziek. Aan zijn voeten kroop een slingerplant met decimeterlange dorens. Hij vroeg zich af hoe een mens hier kon leven, in dit land. Ze dronken thee en aten dadels. Weer kwam de onvermijdelijke vraag. “Waar gaat u heen?”

Hij had vaag met zijn vinger gewezen. “Zuidwaarts.”

“De weg is slecht”, zei de jongen. Er blonk een zilveren hanger om zijn hals. Ze vulden een jerrycan met water bij een roestige pomp. “Eén dag rijden tot aan de duinen”, wees hij. “Daarna wordt het beter. Er is een legerkamp, iets verder naar het westen. Vraag naar Hassan, dat is een vriend van me.”

Hij nam afscheid met het knagende gevoel dat er iets mis was. Pas toen hij alweer uren onderweg was schoot hem te binnen wat. Hij keerde zo abrupt dat de motor afsloeg. Vloekend startte hij opnieuw, plotseling gehaast nu. Zijn wielen beten zich vast in het zand en hij sloeg met zijn vuisten op het stuur, woedend om zijn eigen stommiteit.

Hij had die hanger eerder gezien. En hij wist ook waar: aan de hals van Anna-Rose, een zilveren schorpioen, haar sterrenbeeld.

Het kostte hem meer dan een uur om zichzelf weer uit te graven, telkens een meter, graven, verder rijden, graven. De zon begon onder te gaan toen hij weer vaste bodem vond. Hij aarzelde. Had het nog zin om terug te gaan? Wat hoopte hij te vinden? Die jongen was natuurlijk allang weg.

Hij opende een blikje corned beef en wachtte op de koelte van de avond.

Die nacht had hij lichten gezien in de verte. Voorzichtig, zijn ogen half op de weg en half op het baken dat daar ergens voor hem uit naar hem wenkte, was hij er naartoe gereden. Totdat daar ineens die kuil was en het zieke gevoel in zijn maag toen de auto plotseling voorover dook; het geluid van scheurend ijzer dat het doelloos grommen van de motor overstemde. En dan stilte.

Hij kwam bij in het volkomen duister, met pijn in al zijn botten en een afschuwelijke dorst. Op de achterbank vond hij op de tast de jerrycan met water. Hij dronk, en daarna sleepte hij zichzelf de auto uit, waadde door kniediep zand tot aan de rand van de kuil. Boven hem welfde de hemelkoepel met een parelmoeren glans.

In het eerste aarzelende licht van de volgende ochtend nam hij de schade op. Er liep een lange scheur van voor naar achteren door het oliecarter, en uit die scheur, waarvan de randen in een scheve grijns de spot met hem leken te drijven, druppelde zijn laatste beetje olie. Een donkere vlek in het zand gaf aan waar de rest was gebleven. Hij dacht: dit is het dus. Hier eindigt het, al net zo zinloos als het is begonnen.

“Het is het beste om niets meer te willen”, had Anna-Rose gezegd. “Dan is alles wat er gebeurt een geschenk.” Zou haar man ervan geweten hebben, vroeg hij zich af. Wat deed hij ’s avonds, terwijl zijn vrouw het bed deelde met andere lege zielen, zoals hij? Want er waren er meer geweest, dat wist hij zeker, en een van hen zou ook heel goed die jongen met de tulband kunnen zijn. Had hij haar om een aandenken gevraagd, en had zij hem toen die hanger gegeven?

Hij nam een slok water en keek om zich heen, zag hoe de dag langzaam bezit nam van het land, de rotsen in de verte, de levenloze uitgestrektheid. Straks zou de hitte ondraaglijk zijn, de horizon vol luchtspiegelingen, de eenzaamheid volkomen.

Misschien is het inderdaad beter niets te willen, dacht hij. Leeg te worden als dit land. Hij strekte zich uit in het kleine streepje schaduw naast de auto en dacht om de een of andere reden aan zes miljoen dadelpalmen.

 

Ongepubliceerd. © Ben Joosten 2012

 

Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s