Romanfragment 2

Zojuist voltooid: een nieuw eerste hoofdstuk bij de roman De smaak van as.

 

Donderdag 21 0ktober 1599

Het gebeurde zonder waarschuwing, zelfs zonder enige reden. De banaliteit van oorlog zit hem er immers in dat wreedheid er iets alledaags wordt, iets wat terloops gebeurt, gedachteloos; men slaat mensen dood alsof het vliegen zijn, alsof het normaal is. Het was, die eenentwintigste oktober, een doodgewone ochtend van een doodgewone herfstdag; binnen rook het naar boekweitkoeken, buiten lag de wei vol appels. Over de lege akkers zweefde het gelui van klokken aan, helemaal vanaf de stad tot aan het broek, en de koude najaarswind speelde met dor eikenblad.

En op die doodnormale ochtend kwam er langs het pad een groep soldaten aan, voorafgegaan door een officier te paard. Het waren piekeniers, op de terugtocht van de een of andere veldslag; ze hadden modder aan hun laarzen en in hun ogen stond een holle blik. Ze kon zich achteraf niet meer herinneren met hoeveel ze waren; alles was versmolten tot die paar beelden die haar jaren later nog altijd zouden achtervolgen; die er voor zouden zorgen dat ze bang werd voor het donker, bang om in te slapen en bang om wakker te blijven, bang om alleen te zijn en om niets te doen te hebben.

Boven haar hoofd vloog een kraai, gitzwart afgetekend tegen een grauwe hemel waarin vuile flarden rook ronddreven; dat was het eerste dat ze zag. Het tweede was een geblakerde deurstijl, en een been waaraan een pasgelapte laars nog half hing; daaraan kon ze zien ze dat het haar oom Jeu was, die haar het liedje had geleerd over het loze vissertje “met zijn leren leersjes aan”. Bij de put, verder naar rechts, lag in een grote plas bloed wat er van haar kleine broertje over was, met een wolk vliegen erboven. De rest van haar blikveld werd beheerst door de gedaante boven haar, een donkere massa van krakend leer, ruwe stof, baardstoppels en zweet.

Ze wist niet aan wiens kant ze vochten, of het voor de koning was of voor de geuzen; en al helemaal niet waarom ze hier waren, in het land van de hertog van Gulick, die met die hele opstand niets te maken had. Oom Jeu had wel iets van hun taaltje verstaan. “Ze willen alleen maar iets te eten”, had hij gezegd. Een half uur later was hij dood, tante Jutte was dood, haar broertje was dood. Toen ze haar allemaal hadden gehad en alles binnen in haar zo’n pijn deed dat ze dacht dat ze er zelf ook aan dood zou gaan, hing nog steeds die rook daar; en alsof het zo moest zijn opende de hemel zich om een straal zonlicht op de vertrekkende mannen te richten, zodat het laatste wat ze van hen zag het geschitter van hun helmen was. As woei in haar gezicht en een stank die ze nog nooit geroken had deed haar walgen.

 

© Ben Joosten 2012

Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Een reactie op Romanfragment 2

  1. Renee zegt:

    Ik vind het erg mooi en ben benieuwd naar de rest.
    Ik snap alleen het perspectief niet helemaal.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s